Lagers smeren: hoeveel vet, hoe vaak, en wanneer te veel

Monteur smeert met een vetspuit een industrieel kogellager tijdens machineonderhoud

Een paar jaar terug liep ik bij een bedrijf binnen waar een transportmotor om de zes weken uitviel. Nieuwe lagers erin, weer draaien, en zes weken later hetzelfde liedje. Toen ik vroeg hoe ze smeerden, kreeg ik het antwoord dat ik vaker hoor: “We geven er gewoon elke ochtend een paar stoten vet op, dan kan het nooit te droog lopen.” Dat was nou juist het probleem. Ze smeerden de lagers kapot. Te veel vet is net zo schadelijk als te weinig, en dat kost je onnodig stilstand.

Lagers smeren lijkt simpel, maar er zit meer achter dan een vetspuit pakken en knijpen. In dit stuk deel ik hoe je bepaalt hoeveel vet erin moet, hoe vaak je smeert, en waar je op let als je vet en smeergereedschap koopt. Geen theorieboek, wel wat werkt op de vloer.

Waarom te veel vet net zo erg is als te weinig

Vetspuit-mondstuk op een smeernippel van een elektromotorlager

Een lager heeft vet nodig om de rollende delen te scheiden en warmte af te voeren. Maar een lager wil niet vol zitten. Als de ruimte helemaal volgepompt is, kan het vet niet weg. Het wordt gekneed, loopt warm en de temperatuur loopt op. Bij een elektromotor duw je bovendien te veel vet zo de wikkelingen in, en dan heb je een groter probleem dan een droog lager. De vuistregel: een lager vul je voor ongeveer een derde tot de helft, niet meer.

Warm draaien is het duidelijkste signaal. Voelt een lagerhuis kort na het smeren merkbaar warmer dan de rest, dan zit er te veel in. Laat het overtollige vet er dan uit lopen door de aftapplug open te zetten en de machine even te laten draaien.

Hoeveel vet: reken het uit in plaats van te gokken

Voor de hoeveelheid navulvet bestaat een simpele formule die op de meeste lagers werkt. Je neemt de buitendiameter van het lager in millimeters, keer de breedte in millimeters, keer 0,005. De uitkomst is de hoeveelheid vet in gram. Een lager van 80 mm buitendiameter en 20 mm breed vraagt dus ongeveer 8 gram navulvet. Dat is een stuk minder dan de meeste mensen denken.

Weet je niet hoeveel gram er uit je vetspuit komt per stoot? Meet het een keer. Knijp tien keer boven een keukenweegschaal en deel door tien. De meeste handspuiten geven tussen de 0,8 en 1,5 gram per slag. Zonder die meting smeer je blind, en blind smeren is precies hoe je een lager verzuipt.

Hoe vaak smeren

Het interval hangt af van toerental, temperatuur en vuil. Een langzaam draaiend lager in een schone omgeving wil misschien maar een keer per jaar bijgesmeerd worden. Een snel draaiend lager naast een stoffige zaag vraagt elke week aandacht. Begin niet met een vast schema uit je hoofd, maar met wat de fabrikant opgeeft en pas dat aan op basis van wat je ziet en voelt.

  • Draait het lager warm, vuil of nat: korter interval, kleinere hoeveelheid.
  • Schone, koele, langzame toepassing: langer interval.
  • Noteer datum en hoeveelheid per smeerpunt, anders smeert de ene collega dubbel en de andere niet.
  • Ruikt het vet verbrand of is het verkleurd bij demontage: je smeert te weinig of het lager loopt te heet.

Waar je op let bij de aanschaf van vet en gereedschap

Het juiste vet kiezen

Vet is niet zomaar vet. Let op de verdikker en de basisolie-viscositeit. Een lithiumcomplex-vet is een veilige allrounder voor de meeste magazijn- en werkplaatstoepassingen. Draait er iets heet, kijk dan naar een vet met een hogere temperatuurgrens. Zit er water bij, kies een vet dat waterbestendig is en niet uitspoelt. Meng nooit twee soorten vet zonder te weten of ze samengaan, want sommige combinaties worden vloeibaar en lopen er zo uit.

Koop vet in een verpakking die past bij je verbruik. Een grote bus die je in twee jaar niet leeg krijgt, neemt vocht en vuil op zodra je hem openmaakt. Voor kleine werkplaatsen zijn patronen van 400 gram vaak praktischer dan een emmer van vijf kilo. Winkels als Conrad, Eriks, Rubix of een lokale technische groothandel hebben het meeste op voorraad, en online vind je het bij industriële leveranciers.

Meet voor je een vetspuit koopt

Let bij een vetspuit op de afgifte per slag en of hij een ontluchting heeft. Een spuit die 3 gram per slag geeft, is voor kleine lagers veel te grof. Voor precies werk is een spuit met lage afgifte of een dispenser met een teller prettiger. Overweeg voor kritische, moeilijk bereikbare punten een automatische smeerunit die continu een kleine hoeveelheid afgeeft. Meet altijd eerst hoeveel vet een punt nodig heeft voordat je de instelling kiest, anders koop je een mooi apparaatje dat alsnog te veel pompt.

Goed smeren draait dus niet om zo veel mogelijk vet, maar om de juiste hoeveelheid op het juiste moment. Meten voordat je smeert en voordat je koopt scheelt je een hoop kapotte lagers. Meer aanpakken uit deze hoek vind je in het archief Machine-onderhoud en smering. En omdat veel lagerproblemen op de vloer bij intern transport zitten, is ook Intern transport het lezen waard.

Hoeveel vet moet er in een lager?

Vul de vrije ruimte in het lager voor ongeveer een derde tot de helft, niet meer. Voor navulvet reken je buitendiameter in mm keer breedte in mm keer 0,005, en dat is de hoeveelheid in gram.

Kun je een lager te veel smeren?

Ja. Een vol lager kan het vet niet kwijt, wordt warm en loopt sneller kapot. Bij een elektromotor duw je overtollig vet bovendien de wikkelingen in. Warm draaien vlak na het smeren is het duidelijkste signaal dat er te veel in zit.

Hoe vaak moet ik lagers smeren?

Dat hangt af van toerental, temperatuur en vervuiling. Begin met het interval van de fabrikant en stel bij op basis van wat je ziet en voelt. Snel draaiende of vuile lagers vragen wekelijks aandacht, langzame en schone soms maar een keer per jaar.

Mag ik verschillende soorten vet mengen?

Liever niet. Sommige combinaties van verdikkers reageren op elkaar en worden vloeibaar, waardoor het vet uit het lager loopt. Schoon het lager bij twijfel en vul het met een enkele, bekende vetsoort.

Ferry Jansen avatar

Geschreven door

Vorig artikel
Volgend artikel