Een gevaarlijke-stoffenkast inrichten zonder fouten

Industriele brandwerende gevaarlijke-stoffenkast met lekbak en vaten

Bij een metaalbedrijf in de buurt van Hengelo stond de gevaarlijke-stoffenkast vol, maar niemand wist meer wat waar hoorde. Spuitbussen bovenop, een halfvol blik verdunner zonder dop, en onderin een lekbak met een laagje ingedroogde olie. De kast was er wel, alleen deed hij zijn werk niet. Een gevaarlijke-stoffenkast is geen opbergkast waar je alles in propt wat een gevarensymbool draagt. Als je hem goed inricht, houd je je mensen veilig en je verzekeraar en de omgevingsdienst tevreden. Zo pak je het aan.

Begin met inventariseren, niet met inruimen

Industriele brandwerende gevaarlijke-stoffenkast met lekbak en vaten

Voordat je iets in de kast zet, maak je een lijst van wat je in huis hebt. Pak de veiligheidsinformatiebladen erbij, de VIB’s. Daarop staat het gevarensymbool en de opslagklasse. Dat bepaalt of iets bij elkaar mag staan of juist niet.

Ik zie in de praktijk vaak dat mensen op de gok scheiden. Dat gaat mis. Een oxiderende stof naast een brandbare is vragen om ellende. Werk daarom met de gegevens op het VIB, niet met je onderbuikgevoel.

Scheid wat niet samen mag

De kern van een goede inrichting is scheiding. Sommige stoffen reageren fel met elkaar zodra ze door een lekkage in contact komen. De belangrijkste paren die je uit elkaar houdt:

  • Brandbare vloeistoffen weg bij oxiderende stoffen.
  • Zuren gescheiden van basen (logen).
  • Giftige stoffen apart, niet los tussen de rest.
  • Spuitbussen onder druk niet boven een warmtebron of vlak bij de deur.

Gebruik lekbakken die de inhoud aankunnen

Onder elke plank hoort een opvangbak. De vuistregel: de bak vangt minstens de inhoud van de grootste verpakking op, of 10 procent van het totaal, wat het meest is. Zet geen 200 liter aan verdunner boven een bak die maar 20 liter aankan. Bij een lek loopt de rest gewoon je vloer op. Meer over de eisen aan opvang lees je in het stuk over olie en smeermiddelen opslaan met lekbakken.

Ventilatie en brandwerendheid

Een gesloten kast met vluchtige stoffen erin hoort geventileerd te zijn, of dat nu natuurlijk gaat of mechanisch op de buitenlucht. Dampen die zich ophopen zijn brandbaar en soms schadelijk om in te ademen. Controleer of de aan- en afvoer vrij zijn en niet dichtgezet met dozen.

Sla je grotere hoeveelheden brandbare stoffen op, dan heb je vaak een brandwerende kast nodig met een classificatie van 30, 60 of 90 minuten. Die tijd geeft aan hoe lang de inhoud beschermd blijft bij brand, zodat mensen weg kunnen en de brandweer tijd heeft. Voor accu’s gelden aparte eisen: kijk daarvoor naar de brandwerende veiligheidskast voor lithium-accu’s, want die horen niet zomaar tussen je verf en verdunner.

Koopadvies: meet je hoeveelheid voordat je een kast bestelt

De meeste bedrijven kopen te klein of te groot. Meet daarom eerst wat je echt opslaat voordat je een kast uitzoekt. Tel de liters en kilo’s per stofsoort en kijk vooruit: groei je, dan koop je niet volgend jaar alweer bij. Let op deze punten:

  • Totale hoeveelheid per opslagklasse, in liters en kilo’s.
  • Aantal aparte compartimenten dat je nodig hebt voor de scheiding.
  • Benodigde brandwerendheid (30, 60 of 90 minuten).
  • Of de kast geventileerd moet worden en waar de afvoer heen kan.
  • De maximale vloerbelasting op de plek waar de kast komt.

Een goede leverancier vraagt hier zelf naar. Doet hij dat niet en drukt hij meteen zijn duurste model, wees dan op je hoede. De duurste kast is bijna nooit de kast die precies bij jouw situatie past.

Houd de kast op orde

Een kast die je goed inricht en daarna vergeet, is binnen een half jaar weer een rommeltje. Spreek af wie hem beheert. Hang de indeling zichtbaar op de deur, zodat iedereen ziet waar wat hoort. Controleer maandelijks op lekkages, losse doppen en spullen die er niet thuishoren. En noteer op het VIB-overzicht wat erbij komt of weggaat.

Zo blijft je gevaarlijke-stoffenkast doen waarvoor hij bedoeld is: een lek of brand klein houden en je mensen aan het eind van de dag heel naar huis laten gaan.

Wanneer heb ik een gevaarlijke-stoffenkast nodig?

Zodra je verpakte gevaarlijke stoffen opslaat boven de ondergrenzen die in PGS 15 staan, is een goedgekeurde opslagvoorziening verplicht. Onder die grens is een nette kast met scheiding en opvang alsnog verstandig. Twijfel je over je hoeveelheden, houd dan je veiligheidsinformatiebladen bij de hand en tel op per stofsoort.

Welke stoffen mogen niet samen in één kast?

Houd brandbare stoffen weg bij oxiderende, en zuren gescheiden van basen. Giftige stoffen zet je apart. De veiligheidsinformatiebladen geven per product de opslagklasse, en die bepaalt wat wel en niet naast elkaar mag. Gok hier nooit op gevoel, want de verkeerde combinatie kan bij een lek fel reageren.

Hoe groot moet de lekbak onder mijn stoffen zijn?

De opvangbak vangt minimaal de inhoud van de grootste verpakking op, of 10 procent van de totale opgeslagen hoeveelheid, wat daarvan het grootst is. Zo loopt bij een lek niets je vloer op. Controleer maandelijks of de bak leeg en heel is, want een volle of gescheurde bak vangt niets meer op.

Wat betekent 30, 60 of 90 minuten brandwerend?

Dat getal geeft aan hoe lang de inhoud van de kast bij brand beschermd blijft voordat de temperatuur binnenin gevaarlijk oploopt. Meer minuten geeft mensen tijd om weg te komen en de brandweer tijd om in te grijpen. Welke classificatie je nodig hebt, hangt af van je hoeveelheid en de eisen van je verzekeraar en omgevingsdienst.

Ferry Jansen avatar

Geschreven door

Vorig artikel
Volgend artikel